De liefde, een roman

Voor de liefhebbers van ‘Proeven van liefde’ van Alain de Botton is er goed nieuws. Met ‘de liefde, een roman’ schreef de Française Camille Laurens immers een aardige variant op het eeuwige thema van de liefde en de passie. Het motto is afkomstig van François de la Rochefoucauld en zet meteen de toon: “Met ware liefde is het als met geestverschijningen: velen spreken erover, maar weinig hebben ze zelf gezien". Vertelfiguur is Laurence Ruel, het alter ego van de schrijfster. Op openhartige wijze overloopt ze haar eigen liefdesleven. Ze portretteert haar ex-man en haar minnaars en zoekt naar de momenten waar ze echt liefde voelde. Maar daar blijft het niet bij. Ze spit eveneens de ganse familiegeschiedenis grondig uit. Van de gedwongen huwelijken van haar grootouders tot de minnaar van haar moeder: waarom liep het telkens fout? Haar relaas is opgebouwd rond de maximes van Rochefoucauld, die ze als haar grote leermeester beschouwt.

De ambitie van de vertelfiguur is niet min: de liefde in woorden trachten te vatten. Ze constateert al snel dat de bestaande definities uit de Franse literatuur ontoereikend zijn. Tussen de romantische visie van Claudel (‘dat wat ons aan de aarde doet ontstijgen’) en de cynische kijk van Céline (‘het oneindige binnen het bereik van schoothondjes gebracht’) huist een wereld van verschil. Daartussen een heel spectrum van uiteenlopende visies op de liefde. Ook in de kunst is het antwoord multi-interpreteerbaar: ‘le baiser’ van Rolin, ‘L’origine du monde’ van Courbet of ‘Amoureux de l’Hôtel de Ville’ suggereren wat de liefde kan teweegbrengen maar definiëren ze uiteraard niet. Voor de vertelster is de liefde vooral ‘de ander’ en daarmee absoluut privé-terrein. Of nog: een blinde muur waar je niet voorbij kan. De liefde blijft dus ongrijpbaar.

Niet gespeend van zelfspot noemt de schrijfster haar boek een historische roman. Maar eigenlijk valt er op ‘de liefde, een roman’, net als bij de Botton, geen genre-etiket te kleven. Haar roman is opgebouwd als een bruisende cocktail van essay, autobiografie en fictie. Alles rijkelijk overgoten met citaten uit de Franse letterkunde (Flaubert, Racine, de Sade, Pascal). En passant parodieert ze ook nog eens collega’s als Catherine Millet en hun weinig aan de verbeelding overlatende pornografische beschrijvingen. De beste passages uit de roman beslaan de persoonlijke ontboezemingen, die nu eens humoristisch, dan weer bitterzoet zijn. De liefdeshistories zijn vaak ontroerend, herkenbaar en raak geformuleerd. Het proza dat Camille Laurens in die passages uit haar pen schudt, baadt in een lichte en betoverende melancholie. In de meer erudiete passages verliest ze soms de teugels en wordt de toon te hoogdravend. Niettemin is haar verdienste dat ze - in tegenstelling tot veel andere contemporaine schrijvers - een traditionele driehoeksverhouding (man, vrouw en minnaar) niet als eind- maar als beginpunt beschouwt. Uiteindelijk resulteert haar relativerende aanpak in weinig of geen zekerheden omtrent de liefde. Naar een definitie of verklaring blijf je ook na lezing in het duister tasten. Maar in de duisternis zie je het licht zoveel beter.


De liefde, een roman | Camille Laurens
Hardcover | 221 Pagina's | Uitgeverij De Geus
ISBN10: 9044504673 | ISBN13: 9789044504675