>
- Link ophalen
- X
- Andere apps
“Wie zal ons redden, wie maakt ons weer blij, knolrapen, lof, schorseneren en prei” zong drs. P in een van zijn beroemdste liedjes. Ook de novelle “Gesprekken met mijn tuinman” van Henri Cueco laat zich lezen als een wonderlijke lofzang op verse groenten. Protagonisten zijn twee mannen van een gezegende leeftijd. De ene man is tuinier van beroep, de andere is kunstschilder en werkt elke dag in zijn atelier. Het contact tussen beide mannen verloopt aanvankelijk stroef en overstijgt de beleefdheidsformules tussen werknemer en werkgever niet. Beiden zijn ook te veel in hun eigen gedachtewereld verzonken. Maar al snel breekt het ijs tussen beiden en blijken ze verrassend veel gemeenschappelijk te hebben. Allebei zijn ze productief op eigengereide wijze en eigen tempo. De tuinier ploetert voortdurend in de aarde, de kunstenaar op papier of op doek. Als hun werk erop zit praten ze over de voorbije dag. Niet enkel over de oogst aan noten, de geteelde aardappelen of de kleur van het gras en de lucht, maar gaandeweg ook meer en meer over het verglijden van de tijd en ouder worden. De tuinman windt er geen doekjes om en aanvaardt ziekte en dood als natuurlijke verschijnselen, maar niet zonder eerst op het belang van een dagelijks bord verse soep gewezen te hebben.