Fragment uit de videoclip van het gelijknamige boek (You Tube)

"Hallo. Ik stel me even voor. Ik ben een boek en ik leef." Zo begint het fraai uitgegeven Het boek van de reis, een experimentele, lyrische roman over de mystieke ontdekkingsreis naar het diepste van uw ziel. De aanpak van Bernard Werber is hoogst origineel te noemen. Het boek wordt gepersonificeerd en de lezer is het hoofdpersonage van een verhaal dat nog niet (op papier) bestaat. Verwacht je aan passages die zich mijlenver boven de dampkring afspelen, over moeder aarde, het universum en de oerknal. 

In korte, poëtische fraseringen biedt Werber je op die manier een trip door je leven en bijhorende dromen aan. Of deze belofte al dan niet ingelost wordt, hangt dus in de eerste plaats van de verbeeldingskracht van de lezer zelf af. Het boek sluit een denkbeeldig contract af en stelt zich vervolgens voor als een betrouwbare vriend des levens. Wie akkoord gaat leest verder, de anderen kunnen het boek aan de kant schuiven en wachten op betere tijden, of spirituele rijpheid zo je wil.

De auteur liet zich tijdens het schrijven van zijn boek beïnvloeden door de psychedelische, symfonische rockmuziek van Pink Floyd, Mike Oldfield en Marillion. Je hoeft geen hippie te zijn om de zweverige mystiek en new age van Het boek van de reis nauw aan het hart te dragen, maar het help wel. Ook fans van de strips van Jonathan van de Zwitserse auteur Cosey zullen deze spirituele reis wel smaken.
Bernard Werber, Het boek van de reis (De Boekerij, 1998). 109 p. Oorspr. titel: Le livre du voyage
Vies privées de Brigitte Bardot (2006)

Bardot par Sam Lévin, édition bilingue (2003)

Twee excellente fotoboeken voor op de koffietafel over de flamboyante filmster Brigitte Bardot. Het fraaie album Bardot van fotograaf Sam Lévin vescheen slechts in een beperkte oplage van 3000 exemplaren en in een tweetalige editie. Maar veel tekst is er niet, het zijn de plaatjes die boekdelen spreken.  Vies Privées - verschenen in 2006 - telt ook veel foto's, aangevuld met interviews afgenomen door huisvriend Henry-Jean Servat, over haar leven als actrice en daarna,  en de vele amoureuze relaties:  "Trouwen gaat snel genoeg, maar die echtscheidingen zijn zo tijdrovend." Verhalen ook over Vadim, Bernard d'Ormale, Trintignant, Charrier en Sacha Distel. Franse variété op zijn best.


Photo credits: Shannon Klug (University of Minnesota)

De oude steekkaarten hebben met de digitalisering hun nut verloren maar daarom zijn de ladekasten nog niet geheel nutteloos. Shannon Kluge van deze University of Minnesota ontdekte dat een wijnfles er perfect in past. Het Dewey number voor wijn is overigens 641.22.  

Meer inspiratie voor hergebruik @ Mental Floss: 10 Fun Uses for Old Card Catalogs


Het weer als aprilvis. Vier seizoenen in een dag maar toch vooral veel herfst in de lente. Maar ik hou wel van de afwisselende blauwe luchten en indrukwekkende wolkenformaties die voorbij glijden. En als de zon ook nog een schijnt is het zelfs aangenaam, achter glas wel te verstaan, beschut tegen de gure noorwestenwind.
Photo credits: Bageve.
Voorjaarsmoeheid staat niet in het woordenboek van een loper. Elke week een wedstrijd, daar word je alleen maar sterker van. Al vroeg ik mij tijdens de tweede van de drie rondes die we moesten afleggen wel af waar ik mee bezig was. Het tempo lag echter zo hoog dat ik geen tijd had om veel te twijfelen. Gewoon doorgaan en niet omkijken. De Sint-Jansloop is de Oostende Luik-Bastenaken-Luik met zes klimmetjes in het parcours. Ik was van plan om mij wat weg te steken om de felle noordwestenwind te slim af te zijn. Maar nog voor het einde van de eerste ronde liep ik tijdens een stuk vals plat alleen op kop om de forcing te voeren. Zo ontstond er een groepje van vier met met onder andere Peter Haemers en Steve Delanghe. We hielden stand en ik finishte als zestiende in 37'29” (3.41/km). In het individuele klassement sta ik na zes wedstrijden op een voorlopige vijfde plaats. Positie die we ook met ons Vastgoedbox team bekleden.

De traagste computer ter wereld? Vroeger stond die vast en zeker in onze leeszaal. Als je het toestel bij het binnenkomen aanzette, kon je er tegen de middag mee beginnen werken. Het was het tijdperk van Netscape, Wordperfect en allerhande diskettes als opslagmedia. Nadien werden floppydisks enkel nog als onderleggers gebruikt: recyclage avant la lettre. Ondertussen zijn we 2016 en zijn het de klassieke computers die plaats moeten ruimen voor snellere apparaten.

De klok stopt nooit. Sneller, steeds sneller lijkt het te gaan. Maar is snelheid altijd wel beter? Toestellen zijn na installatie al bijna weer verouderd. Om de strijd tegen deze allesverterende vluchtigheid aan te gaan,richtte de Amerikaanse computerwetenschapper en uitvinder William Daniel Hillis in 1996 de Long Now Foundation op. Hillis wil met zijn stichting een tegengewicht vormen voor het heersende kortetermijndenken dat focust op snelheid en winst. Via allerlei bibliotheek gerelateerde projecten zoals Rosetta, een digitaal archief van menselijke talen, wil hij duurzaamheid en langetermijnvisie propageren. 

Een groots project waar de Long Now Foundation mee uitpakt, is de creatie van ‘The Clock of the Long Now’ onder de bergrug Sierra Diablo in Texas. Daar zal de klok beschermd zijn tegen oorlog, plundering of meteorietinslagen. Het is een 60 meter hoge mechanische klok die tienduizend jaar lang moet tikken. Het hele mechanisme is zo ontworpen dat het gemakkelijk door toekomstige generaties onderhouden of gerepareerd kan worden, wars van enige heersende technologische kennis. Ze wordt aangedreven door de temperatuurwisselingen van de seizoenen en slaat eens per eeuw. Op het naar buiten komen van de koekoek moet je wat langer wachten: die komt eens in het millennium naar buiten.

Het lijkt pure Amerikaanse blufpoker, deze megalomane Stone Henge symboliek in Texas, maar ik houd er wel van. Is het overigens niet ironisch dat het net de pionier van supersnelle computers is die een machine bouwt die geregeerd wordt door de esthetiek van de traagheid. Een klok die tienduizend jaar meegaat, het iseens wat anders dan mijn polshorloge dat al na zes maanden er de brui aan gaf. Had ik maar een degelijk analoog horloge moeten kopen. Maar dan had ik nu geen goed excuus als ik ergens te laat kom. Tijd is relatief.
Column geschreven in opdracht van VVBAD en oorspronkelijk gepubliceerd in META: Tijdschrift voor Bibliotheek & Archief, 2016 (2)

Photo credits: Vincent Danneel (OLC).
Bijna elke week een wedstrijd van 10 km lopen is moeilijk te combineren met mijn marathonvoorbereiding voor de Nacht van Vlaanderen. Je hebt lopers die in dat geval knopen doorhakken en zich focussen op hun marathon. Ik kan dat niet, daarvoor loop ik veel te graag de wedstrijden van het criterium. Ik wil mijn individueel klassement en de punten voor het Vastgoedbox Team ook niet te grabbel gooien voor die ene al dan niet geslaagde marathon. De Hermesloop startte om 17u, twee uur later dan gebruikelijk maar veel maakt dat niet uit. Ik kwam goed uit de startblokken op de piste. Al snel vormde zich een groepje van vier met onder andere Peter Hamers en Jeremy Rens. In volle finale kwam Jens Ketels nog voorbij gevlogen op de piste. Ik moest zelf ook nog een sprintje trekken om mijn positie te behouden. Zelfde plaats en chrono als een jaar eerder: 14de in 34'57 (16,31 km/u). Het leven als herhalingsoefening. Als het telkens een top 15 oplevert, teken ik daar graag voor. Hoe meer herhalingen, hoe beter. Het lijkt wel F.C. De Kampioenen.
“Le Bibliophile” van Félix Edouard Vallotton (1911). Bron: Zeno.
Het boek dat zich laat lezen in de nacht / gloeit op / werpt licht op voor- en nageslacht/ Bij al wat het behelst/ van vonk tot zon/ elk woord werd door een ander voortgebracht - Wiel Kusters, gedicht op een muur van de universiteitsbibliotheek van Maastricht.