Cover Maigret Paperback editie (1973)

Maigret in Holland was in 1932 het de eerste titel van Simenon die in het Nederlands werd vertaald.Een detective schrijven was kinderspel voor deze veelschrijver. Je schrijft gewoon alles in omgekeerde volgorde, zei Simenon hierover.  Meer informatie over alle Nederlandse uitgaven van boeken van  George Simenon vind je op deze website.


Georges Simenon: Maigret in Holland (Bruna, 1973) paperback, 1e druk, 128 p. Vertaling van Crime en Hollande, vertaling: K.H. Romijn.

Tegenwoordig rijden de treinen bijzonder klokvast als je de officiële cijfers mag geloven. Edoch, over elke traject rijden de treinen vijf tot vijftien minuten langer dan vroeger. Maar klagen doen we niet. Meer tijd om te lezen dus. In het Britse dagblad The Guardian somde Andrew Martin, auteur van Belles and Whistles: Five Journeys Through Time on Britain's Trains, zijn tien favoriete treinboeken op. Literaire treinreizen, fictie en non-fictie, maar altijd op het goede spoor...

Top 10 Treinboeken 


1. Mugby Junction van Charles Dickens (1866)
2. La Bête Humaine van Émile Zola (1890)
3. The Railway Children van E Nesbit (1906)
4. Stories of the Railway van VL Whitechurch (1912)
5. Bradshaw's April 1910 Railway Guide (1968)
6. The Great Railway Bazaar van Paul Theroux (1975)
7. The Railway Station: A Social History van Jeffrey Richards en John M Mackenzie (1986)
8. Fire and Steam: A New History of the Railways in Britain van Christian Wolmar (2007)
9. Parallel Lines van Ian Marchant (2003)
10. Eleven Minutes Late: A Train Journey to the Soul of Britain van Matthew Engel (2009)

(Bron: The Guardian)
Photo Credits: Jogging Team De Olifant.
Top 25 in de Keignaertloop maar zonder slag of stoot ging dat niet. Er namen ruim 370 lopers deel en de start was verschroeiend. Zo liep ik pas rond de 35ste positie na een eerste kilometer in 3'28”. Jens Ketels en co, ze waren allemaal gaan vliegen. Na de eerste passage op de piste van de Roller Club van Zandvoorde kon ik gelukkig wat opschuiven. Op het hobbelige pad in de wei langs de Keignaert bleef het status quo want daar liepen we allemaal op een lint. In de tweede ronde ging het beter en kon ik aansluiten bij een tempovast groepje van zo'n vijf man. Met nog circa 900 meter te gaan zette ik mijn eindsprint in en zo finishte ik als 24ste finishen in 33'08”, twee seconden voor E. Bonne, die me tot de laatste bocht op de hielen zat. Opdracht volbracht, de punten voor het team en het individuele klassement zijn weer binnen.

In de novelle Bellevue / Schoonzicht wandelen de twee protagonisten twee dagen lang door het oude industriële Brussel. Het betreft de ruim dertig kilometer lange wandeling van Vorst tot in Evere, zoals beschreven in Itinéraire du paysage industriel bruxellois (uitgegeven door de Société Royale Belge de Géographie) . Onderweg treffen ze ruïnes van brouwerijen en uitgebrande goederenstations. De twee wandelaars tellen alle aanwezige bedrijven en denken na over de Belgische nationaliteit. Het levert een niet altijd even fraai beeld op van ons chaotische land, met het "kanaal" als symbool. 

"Terwijl de zee vertelt over de natuur, met bruisende hoofdletter en golfslag, zo vertelt een kanaal alleen maar over het water dat altijd even zwaar lijkt. Het smerig smotsige waterken. Niets duwt het verder. Kanalen zijn trage snelwegen die fabrieken verbinden met fabrieken. Rook verbinden met roet."
Koen Peeters, Kamiel Vanhole: Bellevue/Schoonzicht: of de nieuwe kunst van het wandelen (Meulenhoff, 1997) Paperback, 118 p.

'De man die de taal van slangen sprak' is een grootse middeleeuwse fantasy die zich afspeelt in een tijdperk dat mensen nog met dieren konden spreken, druïden de wijsheid in pacht hadden en feeën over het water en de bomen heersten. Het boek is het levensverhaal van Leemet, de laatste man die de taal van de slangen sprak. Jagen was in de dichte donkere bossen van Estland in die tijd overbodig. Je had maar een paar woorden in de taal van de slang nodig om een eland uit zichzelf op de knieën te krijgen. Maar het einde van deze oude wereld naderde snel. Alle bosmensen trokken naar de dorpen en bekeerden zich. De kennis van de oude taal en de heidense rites stierven langzaam maar zeker uit. 

Leemet, de vertelfiguur in het boek, werd in het dorp geboren maar nog voor zijn eerste verjaardag trokken zijn ouders terug naar de bossen. Zijn oom Vootele leerde hem de slangentaal aan. Zijn queeste start als hij op zoek gaat de Opperkikker en onderweg allerlei wonderlijke wezens ontmoet. Ondertussen observeert hij de vreemde rituelen van de bosbewoners met argusogen. Toch is ook het dorp verlokkelijk voor de opgroeiende jongen. Hij verlangt er naar om brood en wijn te proeven en is nieuwsgierig naar de meisjes uit het dorp. Ook op amoureus vlak staat hij op de drempel van volwassenheid en moet hij een keuzen maken tussen Hiies en Magdalena. 

Andrus Kivirähk (1970) schetst in zijn bildungsroman op bijzonder burleske en parodische wijze de vrijheidsstrijd van de laatste heidenen van Estland die in de dertiende eeuw door de Duitse kruisvaarders dreigden geknecht te worden. In een heel directe vertelstijl worden de hoogtes en laagtes van het Estse volk verhaald. Het universum dat Andrus Kivirähk creeërt is sprookjeachtig maar ook onheilspellend. Vele passages zijn koortsachtig en ijl als in een koortsdroom. De geleidelijke vergetelheid van de taal van de slangen duidt ook het einde van de nauwe band tussen mens en natuur aan. De uittocht uit de oerbossen leidt naar civilisatie, maar ook naar een verlies aan vrijheid. De Esten leren het veld om te ploegen in dienst van de leenheren en vroom naar de kerk te gaan.

De grondtoon van deze allegorische fabel is een mengeling van verwondering en weemoed omwille van een langzaam verdwijnende wereld. Andrus Kivirähk laat verbeeldingskracht en maatschappijkritiek hand in hand gaan. In zijn epos wordt de Duitse kolonisatie van de oostelijke Oostzee en de evangelisatie op beeldrijke wijze geëvoqueerd en wordt de draak gestoken met bekende figuren uit Duitse en Scandinavische volksverhalen. Thema's als maatschappelijk fundamentalisme, cultuureigenheid en radicalisme worden middels groteske situaties geparodieerd. Dromen van een ander leven leidt tot niets als je geen berusting vindt in het hier en nu. Maar is alles dan gewoon zoals het lijkt en niets meer? 'De man die de taal van slangen sprak' is een fascinerend en veelgelaagd boek dat je niet snel loslaat. Kivirähk toont zich een begenadigd verhalenverteller. 
Andrus Kivirähk: De Man die de taal van de slangen sprak (Prometheus, 2005) Vertaling: Jesse Niemeijer

Blogtour: de reviews

19 mei: bibman.blogspot.be
21 mei: boekenvlinder.be
25 mei: curledupbook.blogspot.nl
27 mei: hendrik-jandewit.nl
29 mei: petepel.nl
01 juni: verbeelding.org
03 juni: hetkraaienvandehaan.wordpress.com
05 juni: lalageleest.wordpress.com
08 juni: perfecteburenleesclub.blogspot.nl
10 juni: boekenz.nl/
12 juni: laurasbookjournal.wordpress.com



Een uitstapje naar boekendorp Damme is niet te versmaden: eerst wandel je tussen de schapen en de voorbij flitsende wielertoeristen, daarna kan je op de boekenmarkt of in een oud schoollokaaltje tussen oude boeken snuisteren. De Wet van Bob Den Uyl gaat niet altijd op. "Je vindt niet wat je zoekt, maar alleen dat wat je niet zoekt." Ik zocht nog enkele boeken van deze schrijver en vond er twee in antiquariaat: Een zwervend bestaan (1978) en De bloedende trein (1980). De prijs was aanvaardbaar, afdingen was niet nodig. Op een terrasje zag ik dat ze niet in bijster goede staat waren, wat mijn oorspronkelijke vreugde wat temperde. Zo heb ik nu wel 4 originele uitgaven van een van mijn favoriete Nederlandstalige auteurs in mijn collectie. Eerder vond ik al Gods wegen zijn duister en zelden aangenaam (1975) en Vreemde verschijnselen (1978) in antiquariaat. De hand van een boekenverzamelaar is gauw gevuld...
Source and credits: Truth Facts
Digitaal versus analoog: een ontnuchterende balans met de kwantiteit die het haalt op de kwaliteit. Foto's nemen en ze nooit meer bekijken of bewerken is een vorm van tijdverlies. Een compromis zou kunnen zijn om strenger te selecteren en af en toe nog een foto af te drukken. Er zijn heel veel programma’s beschikbaar waarmee je digitale foto’s een analoge touch kan geven, maar iedere film geeft toch uiteindelijk z’n eigen specifieke resultaten.
Gangreen: Het teken van de Hond/Het zevende zegel, Manteau (1989)
Neem een bloemlezing uit gesprekken van een normale Belg op een bandrecorder op en na vijf minuten lig je te ronken.  - Jef Geeraerts, Vlaams romanschrijver (1930-2015)